12 maart 2025 · leestijd 6 min
Drie weken geleden liep de eerste interne evaluatie van onze handelsaanpak op Euronext Brussel. De conclusie was niet dat de strategie faalde, maar dat een aantal aannames uit de opstartfase niet langer klopten. De volatiliteit in de Belgische index was lager dan het historisch gemiddelde, terwijl onze positiegrootte nog was afgesteld op beweeglijkere omstandigheden.
Het meest opvallende verschil zat in de sectorweging. Waar we oorspronkelijk overwegend in financiële waarden zaten, bleek de echte beweging in de halfgeleiderketen en in vastgoedcertificaten te zitten. Die verschuiving was niet zichtbaar op de daggrafiek, maar wel op de wekelijkse candlesticks wanneer we het volume mee in rekening brachten. Het dwong ons om de screeningcriteria voor nieuwe posities aan te passen.
Daarnaast hebben we de stop-loss niveaus herbekeken. De oorspronkelijke afstanden waren gebaseerd op gemiddelde true range van de voorbije twee jaar, maar die periode bevatte uitschieters die de normale bandbreedte vertekenden. Door de referentieperiode in te korten tot de laatste zes maanden kregen we een realistischer beeld van de dagelijkse schommelingen. Dat betekende concreet dat sommige stops dichter kwamen te liggen, zonder dat we vaker werden uitgestopt.
Voor wie de reeks volgt: dit derde stuk gaat niet over nieuwe beloftes, maar over wat er concreet veranderd is in de werkwijze. De aanpassingen zijn klein, meetbaar en vooral bedoeld om de ruis in de uitvoering te verminderen. Wie wil weten hoe het eerdere plan eruitzag, kan de vorige bijdragen nalezen. Voor vragen over de methode of over hoe wij risico's afwegen, staat de contactpagina open.
